Het begon allemaal maandag 2 september 2002. ’s Ochtends vroeg vertrekken naar de “grote” school. Samen met mijn toenmalige beste vriend ga ik de Handelsrichting op de Presentatie volgen in Sint-Niklaas. Samen komen we terecht in mevrouw Van der Bracht haar klas. Het eerste jaar is het vreemdste jaar in het secundair onderwijs. Een jaar lang was je de grootste van de school, en dan ben je plots terug het kleine grut. Maar echt iets herinneren doe ik al lang niet meer.
Een jaartje later wordt een regelrechte ramp bij mevrouw Van de Walle, in 2 Handel B. Frans wilt maar niet lukken, geschiedenis blijft ook een buisvak. De klasgroep is ook geen leuke bende. Pesterijen zijn bijna dagelijkse kost, is het geen leerling, dan wel een leerkracht. Ik sluit het jaar af met een B-attest en besluit om naar het 3e Kantoor te “zakken”.
Het 3e jaar is mevrouw Vervaeke klastitularis van het zooitje ongeregeld in de badkamerklas (of Mercator). Met een man of 11 slagen we er toch nog in de (te) kleine klas steeds op stelten te zetten. Leerkrachten die geen vragen meer willen beantwoorden, kleine busjes shampoo en douchegel die door de klas spuiten, een bank die vast zit,… Het weggestoken klasje is een leuke groep om in terecht te komen. Zeker na het vorige jaar. Iedereen krijgt de kans zichzelf te wezen. School gaan wordt weer leuker. Het jaar vliegt voorbij….
In het 4e jaar krijgen we een iets grotere klas, maar toch nog ver genoeg van alle anderen. Dit jaar is mevrouw Penneman ons klastitularis en vullen we met amper 9 mensen een klas. Ook hier zijn vliegende toiletrollen, propjes en tampons op ’t plafond gaan rariteiten. En dan is er nog Stijn. Zat hij niet in een kast verstopt, dan wel in een vuilniszak of achter het bord. En anders stond hij wel in z’n onderbroek in het klaslokaal en bombardeerde mevrouw Meul hem tot “Stijn, het Stripkonijn”.
De school heeft ook een directie. Een directie die niet weet wat hij wilt, want meermaals mogen we naar Parijs vertrekken om daarna toch maar thuis te blijven. Uiteindelijk mogen we toch gaan en wordt het een van de mooiste schoolreizen die ik ooit maakte. De meest fantastische groep waarmee ik een secundair jaar mocht beleven. ’t Was echt een compleet geschift jaar met te veel anekdotes die nog vaak verteld worden, en nog vaak zullen verteld worden.
Daarna komen we terecht in mevrouw De Munck haar 5 Kantoor. We starten de Mini Fashion Shop op, een mini-onderneming die T-shirts verkoopt met bedrukkingen van wat je maar wilt. Het flopte echter volledig. De klas geraakte dan ook gevuld met persoonlijkheden die niet in het plaatje passen. De groep wordt kliekjes en een ieder-voor-zich mentaliteit ontstaat. Toch beleven we nog een mooie dag in Dover en Canterbury. Dat doet er me trouwens nog aan een anekdote denken. Tijdens het vrij wandelen door Canterbury wordt ik aangesproken door een promomeisje. Stefan en Dennis zijn bij me, en de knappe jonge dame vraagt ons of we geen zin hebben om mee te gaan met haar voor een tochtje op een modderige gebied met een quad. We willen dolgraag, zeker met haar, maar jammer genoeg moeten we een uur later al op de bus zitten richting België. Ze blijft aandringen, maar jammer genoeg kan ik geen ja zeggen. Enkele minuten later heeft Dennis touche met een jongen, die net hetzelfde vraagt… Het weigeren ging toen wel net iets makkelijker.
In het 6e voelt school gaan niet meer echt aan als schoolgaan. Meneer Meul is dat jaar ons klastitularis. De groep is nu echt uit elkaar gevallen, en de jongens zitten in het rechtergedeelte van de klas, de meisjes in het linkergedeelte (omgekeerd voor de leerkrachten). Gelukkig zijn er de stages, die anderhalve dag van de week innemen. Meermaals vragen ik me af, net als diegene die nog overschieten van het 4e jaar, waar de gezelligheid, de hechte sfeer en het groepsgevoel naar toe zijn.
Toch is er nog één laatste schoolreis die leuke anekdotes met zich meedraagt. Zo mochten we in Londen ’s avonds achter de Jack The Ripper-walk iets drinken in de bar, als we ons maar niet zat dronken. Enkelen slaagden er toch nog in. En zo kwam het dat we Nick en Stefan uit elkaar moesten trekken eenmaal terug in de slaapkamer.
Of het chipsverhaal. Er lagen een heleboel chips op de grond. Wanneer ik aan Dennis vraag van wie die zijn, geeft hij aan niet te weten van wie en trapt er doodleuk in zodat alles kleine minieme kruimels worden. ’s Ochtends is hij diegene die aan mij vraagt van wie die chips zijn en wie ze allemaal stuk trapte… Waarschijnlijk liggen ze nu nog steeds onder dat ene matje onder het bed waaronder we ze veegden.
Het laatste jaar, bij mevrouw Van Wauwe brengt niet meer veel met zich mee. Stilletjes aan zoeken we allemaal naar wat we achter dit jaar gaan doen. Enkele gaan verder studeren, andere gaan avondschool doen en nog enkele andere gaan werken. Sommige wegen zullen hier scheiden, een heel misschien zien we elkaar over enkele jaren nog wel eens terug. Het is misschien maar goed zo. De klas is geen groep meer, maar bestaat uit enkele grote persoonlijkheden die de sfeer verjagen.
Jammer dat het zo moet eindigen, maar misschien komt er ooit wel een klasreünie en zien we het tegen dan allemaal anders.
Maar uiteindelijk zijn we nu weer de grootste, en dat is waar het allemaal begon. Ik ben er klaar voor, voor iets nieuws. Ik heb er zelfs zin in. Want op deze school heb ik het nu wel allemaal even gezien.
RSS - Posts
0 Reacties tot “Zeven jaar secundair onderwijs, een terugblik:”