Column VI

“Soms voelt het alsof al het geluk uit mijn lijf is gezogen.”
Ze schrok van zijn woorden, ze wist dat  hij niet de gelukkigste persoon was op aarde, maar dat het zo diep zat, daar verschoot ze toch even van.

“Alsof een parasiet zich vastgebeten heeft in mijn lichaam en gewoon alles eruit gezogen heeft. Het geluk, mijn naïviteit die me hielp dromen. Mijn dromen zelf. Blije herinneringen. Zin. Goesting.”

Ze wist dat hij het woord goesting altijd een mooi woord had gevonden. Misschien wel het mooiste woord dat hij kende. Goesting betekende voor hem meer dan “zin”. Goesting betekende voor hem zich ergens helemaal inzwieren, ondanks het feit dat niet iedereen in een goede afloop geloofde. Goesting was voor hem zich ergens helemaal in vastbijten en niet meer loslaten. Geen woord met een vuile bijklank, geen oer-Vlaams woord.

Goesting, dat had hij altijd gehad. Goesting om te leven, goesting om te dromen, goesting om dromen ook te vertalen naar de werkelijkheid. Maar nu hij dit zo zei was ze niet meer zeker of hij nog wel “goesting” had. Hij klonk echt leeg. Hij klonk alsof iemand inderdaad alles uit zijn lijf had gezogen.

“Ik heb geen idee waarom ik me heb laten leegzuigen. Normaal ben ik niet iemand die zich zo snel laat doen. Maar toen. Ik weet niet. Het leek alsof het allemaal geen zin meer had. Jij was weg. Al m’n vrienden hadden me verlaten. Daar was ik dan, alleen. En mijn dromen. Ze draaiden niet goed uit hé? Nee, mijn droom werd gewoon kapot geschoten, door het feit dat ik het lef niet meer had, de zin niet meer had er mijn energie in te steken. Ik maakte plannen om terug te vechten. Maar daar bleef het bij. Ik hoopte dat de plannen zich zouden realiseren zonder dat ik er iets voor hoefde te doen, dat het gewoon plots zou gebeuren. Dat alles op een dag gewoon zou draaien en aan mijn kant zou staan, dat alles me voor de wind zou gaan. Maar er gebeurde niks. Het werd alleen erger, ik zakte weg in een put, mensen bedrogen en belogen me. En ik bleef alleen achter, en ik had hulp nodig. Ik had iemand nodig om waar ik kon crashen, waar ik even m’n hart kon luchten en dan terug naar het slagveld. Maar de enige persoon die me mezelf kon laten zijn was jij, en jij was er niet voor mij. Toen niet.”

Ze slikte en moest flink op haar tanden bijten niet zelf in huilen uit te barsten, want het deed haar nog steeds pijn dat ze hem zomaar had ingeruild. Na alles wat hij voor haar had gedaan, en nog steeds doet voor haar.

“Maar ik neem het je niet kwalijk,” ging hij verder “ik had het zelf ook gedaan, geproefd van het avontuur. Maar het deed zo’n pijn om jou gelukkig te zien. Alsof het je niks had gedaan, alsof je nooit meer aan me dacht. En al het geluk stond aan jouw kant, terwijl hier mijn wereld volledig in elkaar stortte en ik alles verloor. En dat een parasiet zich hier nestelde en me geen kans gunde en ervan genoot, van de pijn die leed en zachtjes en sluw al het leven en de goesting uit mij zoog. En nu kan ik het niet meer. Gelukkig zijn”

Hij brak volledig en huilde, en ze nam hem zachtjes in haar armen, wetende dat er nu geen woorden waren.

Advertenties

2 gedachten over “Column VI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s