Column IX

Verloren liep hij in de nacht. Het wegdek was nat, maar het regende niet meer hard. Af en toe nog een zacht druppeltje, maar de donkere wolken hadden eigenlijk al meer plaatsgemaakt voor hier en daar een sterretje. Er waren er vast honderduizenden en miljoenen meer, maar met het oranje straatlicht vielen die niet te zien.

Net zoals zijn gedachten die ook gevuld waren met donker. Met zwart. Nee, eigenlijk waren ze leeg. Had hij maar één constante gedachte. Haar.
“Waar is ze?”
“Met wie is ze?”
“ Wat denkt ze?”
“Wat doet ze?”
“Denkt ze aan mij?”

Het is vreemd wanneer iemand van de ene dag op de andere plots wegvalt. Twijfel borrelt op. Twijfel verovert niet enkel de hedendaagse gedachten, maar ze sluipt ook langzaam de herinneringen binnen en vreet ze op. Hij stak z’n handen in z’n zakken, stond te wachten voor het rode licht om over te steken. Nog een kleine tweehonderd meter en dan is hij thuis.

Maar hij stapt door. Thuis wacht er niks buiten leegte. Een bed waarin hij een hele nacht wakker kan liggen. Hij heeft altijd van de nacht gehouden. In bed, naar de sterren kijken. Of luisteren naar het waaien van de wind. Naar het vallen van de regendruppels tegen zijn ruit.
Naar berichten sturen met haar, ondanks dat ze niet naast hem lag toch zo dichtbij. Soms tot wel 4 uur ’s ochtends. Hij genoot daarvan. Ze voelden zo dicht bij elkaar.

Nu wachtte enkel een leeg bed. Dat en de demonen. Demonen die hem veroverd hadden en niet meer met rust lieten. Zodra hij niks om handen had dwaalden zijn gedachten af en namen demonen hem over.

Het is ondertussen terug iets harder beginnen regenen, en dat is waar hij op dit moment van geniet. Regen. Grijs weer. Het voelt goed dat het weer hetzelfde is als zijn gevoel binnenin. Grijs. Slecht.

Hij heeft al enkele dagen niet meer van haar gehoord. Ze had hem gedumpt, van het ene moment op het andere. Geen waarschuwingen, geen tekenen dat het wat slechter ging. Gewoon, gedaan.

Het was ondertussen bijna een week geleden, op enkele berichten de dag erna had hij niks meer gehoord van haar. Iedere dag stuurde hij enkele berichten. Als dit het idee het idee “we blijven vrienden” was van haar wist hij niet zeker of hij het zo’n goed idee vond.

Doordat ze hem negeerde voelde hij zich slechter. Alsof hij niet meer bestond. Alsof hij totaal niks meer betekende. Terwijl ze hem verzekerd had dat ze nog van hem hield. Dat het ook voor haar een moeilijke beslissingen was geweest. Dat ze uiteindelijk wel weer samen zouden komen, want dat ze voor elkaar geboren waren en dat ze hem eigenlijk nog wel graag zag. Maar dit moest ze doen. Ze moest nu even genieten van dit avontuur. Hij had hem niet kunnen verdedigen. Hij had alles kunnen registeren, maar de functies om te reageren waren volledig lamgelegd. Alsof ze terplekke alles uit hem hadden gezogen. Hij was verloren.

Advertenties

6 gedachten over “Column IX

  1. Geweldige zin: “Twijfelt verovert niet enkel de hedendaagse gedachten, maar ze sluipt ook langzaam de herinneren binnen en vreet ze op.” Ik kan soms zo gepakt worden door één bepaalde zin uit één van uw stukken he, da’s niet te doen!

    P.S. Ik kan ook wel genieten van regen hoor, maar ik zou toch wel graag een iets minder wisselvallig weertje hebben nu ’t zogezegd ‘zomer’ voorstelt in ons Belgenland 😉

    Like

    1. Dikke merci voor die comment! Zo’n reacties zijn fantastisch om te lezen! 🙂
      Het is ook door jouw reactie dat ik de fouten uit m’n column zag en even verbeterd heb overigens (Jup, ik moet m’n werk meer nalezen! :p)

      Haha, iets beter weer mag wel, maar toch niet te doef hoor 😀

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s