Column XII

Zij lag in zijn armen, haar grijze sweater los over haar heen, hun hoofden naast elkaar. Het kampvuur knisperde heerlijk op de achtergrond en er hing nog een zwoele hitte in de lucht. Boven hun was de hemel bedekt met duizenden mini-lichtjes, fonkelende sterretjes die ooit heel ver weg van hier nog volop branden maar nu waarschijnlijk al lang niet meer te vinden zijn. Het had hem altijd al geïntrigeerd, het volledige heelal had hij altijd boeiend gevonden en het was het enige waar hij in alle stilte gewoon naar kon staren. Het kon je hoe dan ook nooit gaan vervelen.

Het had een fantastische avond geweest. Ze hadden met enkele vrienden rondom het vuur gezeten, en alhoewel ze in het begin naast hem had gezeten op een vriendschappelijke afstand had ze hoe meer de avond vorderde dichter bij hem komen zitten. Na enige tijd had ze speelse stampjes aan hem gegeven, nog wat later hadden haar voeten en benen op zijn schoot gelegen, maar al gauw had ze gewoon tegen hem komen liggen en haar in zijn armen genesteld. Ondanks dat hij eigenlijk niet de persoon is die zomaar iedereen knuffelt en aanraakt had hij genoten, van iedere lichte aanraking. Uiteraard had hij de stap zelf weer niet durven zetten, maar eens zij hem wel duidelijk had gemaakt dat zij hem ook wel mocht had hij ook al eens een speelse stamp durven geven. En toen ze het toch wat fris begon te vinden had hij met veel plezier zijn grijze sweater rond haar gedrapeerd. Ze had hem beloond met een lichte kus die hij ergens tussen z’n lippen en z’n wangen wat onwennig had ontvangen. Er had een hele tinteling door z’n lichaam gelopen en ze hadden beiden elkaar wat langer in de ogen gekeken toen in hun beide lichamen wat vuurwerk was ontstoken.

En nu lagen ze hier. Hij was overgelukkig dat ze hier in zijn armen lag. Hij geloofde het nog niet echt, en ergens diep in hem was er een stemmetje dat opperde dat hij misschien aan het dromen was, het was tenslotte al donker en nacht. Maar als hij haar hand voelde knijpen in de zijne wist hij dat geen droom was, dat het echte gelukkige, verliefde realiteit was.

“Ben je nog wakker?” fluisterde ze.
“Ik denk het wel, maar met jouw in mijn armen kan het ook zijn dat ik mijn droom gewoon beleef.”

Ze lachte en draaide zich om, zodat ze hem recht in de ogen keek.

“Komt er ooit een moment waarop jij niet verlegen lief bent?”
Hij wist even niet wat uit te brengen, en dat deed haar nog breder lachen
Zacht drukte ze haar lippen op de zijne en kroop nog dieper in zijn armen.

“Mag ik vannacht in jouw armen blijven liggen?”
-“Voor mijn part blijf je voor de rest van mijn en jouw leven in mijn armen liggen. Je voelt veel te zacht aan, je ruikt veel te goed en je smaakt veel te lekker om je ooit te laten gaan”

Zacht kusten ze elkaar de nacht in.

Advertenties

2 gedachten over “Column XII

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s