Column XIV

Hij opende zag zijn ogen, maar het licht dat zijn bovenkamer binnen scheen was toch nog te fel. Hij keek naar de alarmklok. Kwart na acht.

Hij krabde door zijn haar en probeerde zich gisterenavond te herinneren. Het had vier uur geweest als hij zijn kamer binnen gestrompeld was. Hij had dus ongeveer vier uur geslapen. Zijn t-shirt hing nog rond zijn hals, zijn ene been zat nog in zijn broek, het andere had hij voor of tijdens het slapen uit zijn broek gekregen.

Hij stonk. Naar zweet en sigarettenrook. En vooral naar drank. Hij plakte ook, van alle alcohol die hij gemorst had. Over zijn handen en armen.

Hij zette zich recht in zijn bed en merkte dat zijn mond snakte naar water. Niet dat hij dorst had, maar hij moest water drinken. Hij voelde dat zijn maag ook protesteerde. Alsof hij alle verkrijgbare snacks bij de frituur had geprobeerd, ondanks dat hij zeker was dat hij die gisterenavond niet had bezocht.

Hij had gedronken. Proberen verdrinken. Alleen jammer dat drinken niet hielp om te vergeten. Het verdwaasd hem wel op het moment zelf, maar na die enkele uurtjes slaap voelde hij zich nog zieliger dan ervoor.

Hij was kwaad op zichzelf. Kwaad dat hij zich zo had overgeven aan iets waarvan hij zichzelf had beloofd zich er niet meer in te gooien. Meer nog, hij had het niet alleen aan zichzelf beloofd, maar ook aan haar. Niet omdat ze het wou, maar wel omdat hij zich een stuk verantwoordelijk voelde, omdat hij niet meer alleen was en dus niet alleen hij meer telde, maar dat ook zij nu telde. Telde. Niet meer.

Hij dacht nog even aan gisterenavond. Hij was rond iets voor acht uur thuis vertrokken. Hij had dus zeker zes uur op café gezeten. Hoeveel hij op had wist hij niet exact meer, maar alleszins te veel. Wederom. Het laatste pintje had talloze keren het voorlaatste geworden. Het was pas toen de zaak sloot dat hij naar huis was gewandeld. Niet rechtstreeks. Hij had er langer over gedaan dan nodig, maar hij wist dat thuis enkel een bed wachtte waarin hij nog enkele uren wakker zou liggen. De kamer zou waarschijnlijk wel rondgedraaid hebben door de hoeveelheid aan drank die in zijn lichaam had rondgeraasd.

Hij rekte zich uit en wikkelde zich terug in zijn deken. Hij kon gemakkelijk nog een dik half uur blijven liggen, het was tenslotte nog vroeg voor een zondagmorgen. Hij keek op zijn gsm. Nog steeds geen berichtje van haar. Plots besefte hij dat hij haar gisteren had gestuurd. Al kon hij zich niet meer exact herinneren wat hij had gestuurd, al hoopte hij dat hij niet te eerlijk was geweest.

Hij zocht in zijn map met verzonden berichten. Twee berichten had hij haar gestuurd. Eén heel kort, nog vrij vroeg op de avond. Met niks meer als “ik mis u”. En een tweede. Later op de avond. “Ik mis u, heel hard. En ik hou van u. Ook heel hard.”

Het werd hem duidelijk dat het toen veel beter had geklonken dan nu. Maar geen verwijten, dat luchtte hem op.

Advertenties

5 gedachten over “Column XIV

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s