Column XIIX

“Perron 3, trein in doortocht, gelieve op een veilige afstand te blijven. Perron 3, trein in…”. De metalen stem die uit de luidsprekers op de perrons schalde werd abrupt door zijn gedachten onderbroken.

De goederentrein kwam met enige snelheid het station binnen gereden en mensen zetten een stap achteruit van de veiligheidslijn op de grond. Als hij nu een stap vooruit zou zetten zou niemand hem nog kunnen tegenhouden, het zou allemaal gedaan zijn. De trein zou niet meer op tijd kunnen stoppen en het was rustig op het perron, niemand die dicht bij hem zat of stond, niemand zou hem kunnen tegenhouden. Gewoon enkele stappen en het was gedaan.

Hij zou niet langer wakker liggen in de nacht, denkend over wat hij miste. Over hoe hij haar mist. Over hoe waardeloos hij was, hoe hij nog niks had bereikt in zijn leven. Over hoe hij niks zou bereiken. Over hoe hij altijd alleen zou blijven. En aan haar zou terugdenken.

De trein was dichtbij. Het was nu of…

“Een beker Latte Machiatto voor de jongeheer”.
Abrupt werd hij uit z’n gedachten weggerukt en hij kreeg een kus op z’n wang gedrukt.  De geur die Roos zo herkenbaar maakte vulde z’n neus en haar hoofd lag al op z’n schouder voor hij goed en wel van haar aanwezigheid besef had.

“Nou, wat zat je te denken man? Vertel jij mij het of vertel ik jou het? Want het was best van je gezicht af te lezen.”
“Ik…”
Verder kwam hij niet.

“Ik wat? Je dacht, ik spring even eronder, afgelopen, geen problemen meer?”
Nog steeds lag haar hoofd op z’n schouder, nog steeds was ze best in haar vrolijke doen.
De geur van de beker koffie die hij in z’n handen toegestopt had gekregen mengde zich ondertussen met Roos haar geur, en de warmte vulde de leegte tussen z’n handen.

“Ach, kom op man. Wat zou het oplossen. Het is de goedkope uitweg, vind je ook niet?
Springen en gedaan. Maar dan weet je nooit wat de toekomst misschien wel nog voor je in petto heeft.”
– “En wat als het niks in petto heeft? Wat als het vanaf hier alleen maar erger en slechter wordt?”
“Dat valt nu nog niet te zeggen. Maar wat als het over enkele maanden gigantisch goed wordt? Wat als je over enkele maanden overvallen wordt door een ontwikkeling van nieuwe dromen. Er altijd, overal, een lichtpuntje. Hoe klein ook. En misschien lijkt het nu wel een piepklein sterretje. Maar geef toe, kleine sterretjes in de nacht zijn veel mooier dan een overdreven felle zon.”

Hij glimlachte flauw.
“Ach, kom op!” en ze porde hem speels.
“Ik blijf alleszins aan jouw zij, en waag het maar niet mij zomaar te verlaten! Geef dan maar eerst een groots feest met slingers, veel te luide muziek en veel gedans als afscheid.”

Nu lachte hij wel.
“Trouwens, neem jij deze trein of de volgende, want ik moet toegeven dat ik hier wel goed lig.”

Met een brede lach op zijn gezicht legde hij zacht zijn arm om haar heen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s