Column XXIII

Donderdagavond. De vaste avond in de week waarop hij laat thuis kwam en nog moest koken. En vanavond moest hij uitzonderlijk ook nog naar de winkel. En zoals het meestal gaat had de trein een half uur vertraging gehad en was de regen met bakken uit de lucht gevallen. Het was zo’n avond geweest waar alles dat tegen kon gaan ook effectief tegen gegaan was.

En nu stond hij hier in de supermarkt en was er enkel nog keuze tussen een halve kilo gehakt of tweehonderdenvijftig gram gehakt. Groter was zijn keuze niet aangezien de afdeling “vlees en charcuterie” voor de rest volledig lege schappen had.

Hij zocht naar de andere benodigdheden in de gangen en haastte zich naar de kassa. Stilaan begon zijn maag toch van zich te laten horen en werd hij de honger gewaar. Van de acht kassa’s is er maar één open en voor hem staat een moeder met haar achtjarige dochter die aan de kar te zien zonet de inkopen gedaan hebben voor de hele komende week.

Kwart voor acht en stilaan verlangt hij toch naar de zetel thuis en een ontspannende televisieavond. De kassierster ziet hem staan en lacht vriendelijk.
“Schuif maar door naar de kassa hier naast meneer, ik roep iemand op!”, zegt ze terwijl ze de micro vastneemt.
“Leen voor kassa vijf, Leen voor kassa vijf!”

Hij bedankt haar met een vriendelijke glimlach en schuift door naar de kassa ernaast.
Pas wanneer de moeder al reeds aan het afrekenen is komt Leen eindelijk op haar kassiersterstoel zitten begint zijn vier producten te scannen.

Op de achtergrond klinkt muziek van Snow Patrol. Pas wanneer de kassierster meldt dat het te betalen bedrag elf euro en negenentachtig cent is ziet hij haar staan aan de kassa voor hem. Hij kijkt plots in die fantastische ogen en merkt dan haar warme glimlach op. Hij verdrinkt bijna in de liefdevolle warmte die ze uitstraalt en net als in de romantische films lijkt Snow Patrol hun refrein net iets harder te spelen dan hiervoor.

Een beetje van z’n melk rekent hij z’n inkopen af en kan eindelijk richting thuis wandelen. Hij is nog geen honderd meter verder als hij iemand achter hem aan hoort lopen en “meneer!” roepen.

Denkende dat hij iets heeft laten vallen keert hij zich om. Het blijkt het meisje van daarnet te zijn die achter hem aan loopt.
Wanneer ze hem heeft ingehaald en buiten adem naast hem wandelt laat ze haar betoverende glimlach weer zien.
“Volgens mij woon je niet ver van me hoor! Ik ben pas verhuisd maar heb je al vaak zien wandelen in m’n buurt. Je woont recht tegenover het park, toch?”
Verbaasd reageert hij bevestigend, niet goed wetende wat te zeggen.
“Je hebt die halve kilo gehakt voor m’n neus gestolen, ik ga vanavond honger leiden man dank zij jou” lacht ze.
-“Dan is het misschien niet meer dan beleefd dat we het gehakt samen gooien bij me thuis en dat ik voor je kook?”
“Dat hoor ik je graag zeggen!” en geeft hem een plagerige stoot tegen z’n arm.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s