Column XXVIII

Hij had alweer enkele uren liggen woelen. Hij was volledig bezweet, maar zodra hij z’n deken van zich af deed beet de koude in zijn lichaam en besloot maar onder het deken te blijven. Het was half vijf in de ochtend, buiten was het donker, hier en daar waren er nog witte plekken van half gesmolten sneeuw dat ondertussen tot ijs getransformeerd was en in z’n kamer verlichtte alleen de rode led-lichtjes van z’n alarmklok een stukje van de grond.

Hij knipte z’n nachtlampje aan en griste de half verfrommelde envelop van z’n nachtkastje. Een envelop die hij op hun eerste date gekregen had van haar. En nu had hij haar al weken niet meer gehoord, behalve zo nu en dan enkel een bericht in de ochtend waarin ze vertelde hoe gelukkig ze was en hoe goed het met haar ging. Nooit vroeg ze naar hem, of hoe hij zich voelde. Nooit liet ze ook maar blijken dat het bericht echt naar hem gericht was.

Voorzichtig haalde hij de brief uit de envelop. De geur van haar parfum verspreide zich licht uit de envelop, en hij snoof het diep op terwijl hij zacht z’n ogen sloot en kroop dieper onder z’n deken.
Traag vouwde hij de brief open, alhoewel hij dat eigenlijk niet meer hoefde te doen aangezien hij onderhand bijna ieder woordje kende. Hij kon zich zelfs voor de geest halen hoe de beginletter van z’n naam sierlijk neergeschreven was. Hoe de brief eerst vertelde over hoe heerlijk ze het vond om de zijne te zijn, over de warme knuffels en natte kussen die ze zich herinnerde. Hoe ze daarna verder ging en vertelde hoe gelukkig ze was geworden dankzij hem. En uiteindelijk was de achterkant volgeschreven met hoe graag ze hem zag, wat ze zo graag aan hem zag of had.

En nu was hij hier, de brief was misschien het enige dat hem nog verbond aan haar. Het was pas toen na die ene avond dat het hem duidelijk was geworden hoe hij eigenlijk niks van haar had buiten die ene brief. Een brief waarvan hij nu twijfelde of de inhoud eigenlijk wel oprecht en gemeend was, of dat het allemaal maar leugens waren. Stuk voor stuk, de ene al groter dan de andere. Hij wist het niet. Ergens kon hij het niet geloven dat het allemaal leugens waren. Maar als het toen allemaal gemeend was, waarom nu niet meer?

Hij vouwde de brief terug dicht en stak ze terug in de envelop. Net als enkele uren terug voelde hij zich weer helemaal alleen. Zonder haar was er niemand die hem eigenlijk kende, niemand die hem echt begreep. En ergens, diep in hem wist hij dat het voorbij was tussen hen. Maar ergens diep in hem hoopte hij ook dat hij fout was, dat ze meende wanneer ze zei dat ze zou terugkomen. Omdat enkel dat toekomstbeeld hem gelukkig maakte. Omdat hij zich niet kon inbeelden dat er iemand anders zou zijn die aan haar kon tippen.

Maar hij voelde zich vooral alleen in zijn donkere kamer.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s