Column XXXIV

Zacht werd er op de deur van z’n slaapkamer geklopt. Of beter gezegd, de deur van de kamer waarin hij sliep, want dit was z’n kamer niet, zag hij nu hij z’n ogen opende.
En plots merkte hij een stel benen op in het deurgat.
Hij keek wat omhoog.
En daar stond ze. Roos. In haar wintertrui. Een echte wintertrui, zoals je ze enkel ziet in de romantische Kerstfilms die jaar na jaar herhaald worden op televisie.
Alleen droegen de acteurs meestal ook nog iets meer dan enkel die wintertrui, en van wat hij nu kon zien droeg Roos dat niet.

-“Hey knapperd. Blijf je heel de dag door dromen over wat jouw Kerstcadeau zou kunnen zijn, of kom je me nog helpen met het versieren van die dennenboom die je gisteren helemaal naar hier hebt gesjouwd?”
Hij draaide zich nog eens in z’n warme dekens.
-“Wraaaaa” riep Roos uit toen ze op het bed sprong waar ze deze nacht samen in hadden vertoefd. Ze hadden tot in de vroege uren gepraat over het heden en verleden, of hun dromen en grootste angsten.
En nu kwam ze zoals een echte tijger naar hem toe gekropen, met een hongerige blik op haar prooi gericht.
Toen ze aan hem was gekomen begon ze zacht in z’n oor te bijten tot hij zich zo draaide zodat ze recht in z’n ogen keek en hem een kleine kus op de lippen kon drukken.

-“Er is ook al warme koffie in overvloed en ik heb jouw favoriete boterkoeken mee van de bakker. Tenminste, als je nu wakker wordt want ik weet niet hoe lang ik me nog kan bedwingen…”
Ze glimlachte en kroop terug uit het bed, op weg naar de woonkamer.
Toen hij zicht uit het bed rolde merkte hij dat z’n sweater van gisteren ook vervangen was door een typische wintertrui uit de films en dat er ruitjeshemd klaar lag voor hem.
“Typisch Roos” denkt hij luidop, en met een glimlach kleedt hij zich aan.

Op zijn blote voeten wandelt hij de woonkamer binnen, en voor hem staat de grote dennenboom die Roos hem gisteren naar haar thuis had laten sjouwen, en ondertussen was deze volledig versierd met donkerrode slingers en kerstballen en met een heleboel lichtjes.
Onderaan lag de vloer bedekt met cadeaus.

Langs achter sluit Roos haar armen om hem heen, en wanneer ze hem een kus op de wang geeft voelt hij haar op haar tippen van haar tenen staan.
“Komt er toch nog familie?”
-“Nee, gewoon. Wij tweeën. Samen Kerst.”
“En al die cadeaus dan?”
-“Voor jou. En de jouwe voor mij liggen er ook tussen.”
“Zoveel?”
-“Rustig man, ik heb geen fortuin uitgegeven. Maar ik weet wel dat je de cadeaus top zult vinden, ik ken jou ondertussen echt wel goed genoeg. Geloof me, het wordt geweldig. Net zoals die Kerst waarvan je al jaren droomt.”
“Ik kijk er naar uit. Maar ik heb het nu al enorm naar m’n zin. En vanavond sowieso nog pakken meer.”
Breed lachend beet hij in z’n boterkoek die Roos op de gedekte tafel had klaargelegd.

Advertenties

Een gedachte over “Column XXXIV

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s