Column XXXV

Regen tikte op het raam. Hij rekte zich uit en draaide zich. Zijn arm zocht naar Roos, maar vond haar niet. Haar plaats voelde amper nog warm aan, dus ze moest al enige tijd uit bed zijn. Hij rolt zich naar haar kant van het bed waar ze de nacht doorbrachten. Al wat nog naast het bed ligt zijn de kousen waar ze gisteren een hele avond het huis met rond trippelde.

Roos moest nog ergens zijn, daar twijfelde hij niet aan. Ze zou hem nooit zomaar alleen laten, voor het eerst twijfelde hij niet aan iemands aanwezigheid in zijn leven. Hij had geen schrik dat ze hem plots zou verlaten, nee ze was anders. Ze gaf mensen niet zomaar op. En hij betekende ook wat voor haar, haar ogen glinsterenden altijd als ze in zijn buurt was.

Zacht liet hij zich uit bed rollen, raapte haar kousen op en krabde in z’n haar. Hij keek buiten en zag dat vandaag een gezellige grijze, grauwe dag zou worden. Die waar hij ontzettend hard van hield. Omdat ze net zo warm aanvoelden. Nee, er was niks anders waar hij liever van hield dan van huiselijke warmte en gezelligheid.

In de badkamer gooide hij wat lauw water tegen z’n gezicht en wreef z’n ogen uit. Roos was hier duidelijk nog niet geweest. Geen gebruikte handdoeken in de wasmand. Geen dekseltjes die ze altijd liet rond slingeren. Buiten was ze dus zeker nog niet geweest vandaag.
Een scheut van gezellige kriebels trok door z’n lichaam. Hij werd er spontaan nog vrolijker van. Hij wist niet wat ze met hem deed, maar toen Fiona vertrokken was, was het licht in z’n leven uitgedoofd. En Roos had geen kaars mee gebracht om het te verlichten, maar had genoeg energie om zelf het licht te zijn. Ze betoverde.

Logeren was nooit echt zijn ding geweest. En nu was hij hier in het vreemde huis en wist hij van de meeste deuren niet wat hij er achter zou aantreffen. Nee, alle deuren één voor één gaan openen was dus geen optie. In de gang boven had hij nog twee deuren waarvan hij niet wist wat er achter lag. Vast minstens nog één slaapkamer.

Hij trippelde dan maar naar beneden. Halverwege de trap hoorde hij het plots. Iemand die piano speelde. En niet slecht ook. Hij bleef even staan om te genieten van de warme klanken voor zijn tocht verder te zetten.

Al gauw had hij door dat het geluid van de kamer die schuilging achter de enige andere deur die in de hal kamers verborg.
Toen hij de deur opende zag hij een kamer met in het midden een zwarte, grote vleugelpiano. En daarachter Roos. In haar pyjama en d’r haar in een dotje, meewiegend met de klanken die ze produceerde. En hij genoot, hij begluurde haar vanuit het deurgat. En hij was niet van plan zich snel te laten horen. Oh nee, ze was ontzettend knap als ze opging in haar pianospel.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s