Column XLII

Toen hij zijn ogen opende zag hij Fiona met haar hoofd op haar arm leunend, glimlachend naar hem kijken.
“Stop je nu al met slapen?” vroege ze met een glimlach.
-“Is het al zo laat dan?” vroeg hij verbaasd.
“Nee, helemaal niet. Ik vind het jammer omdat ik net enorm begon te genieten van naar jou te kijken, terwijl je slaapt.”
-“Ik ben vast pakken mooier als ik slaap dan” zei hij met een brede grijns op zijn gezicht.
“Dat is het niet. Maar het is het enige moment waar ik jou gewoon kan observeren zonder last te hebben van al je energiek gedoe!”. Ze drukte hem een kus op z’n lippen en legde haar hoofd op z’n borst.

-“Zat je al lang naar me te kijken?”
“Sinds ik wakker ben.”
-“Heb je goed geslapen dan?”
“Wakker worden vond ik net iets prettiger dan, ik lag naast jou. Heb je goed geslapen?”

Hij wreef z’n ogen uit en probeerde zich zijn droom volledig te herinneren.
-“Ik heb vreemd gedroomd.”
“Niet over mij dan?” keek Fiona beteuterd.
-“Jawel. Jawel. Maar het was vreemd.”

Hij tuurde even naar het plafond voor hij aan het verhaal van z’n droom begon.
-“Je had een kind.” Hij was nog heel verward over wat hij deze nacht gedroomd had.
“Dan was het vast een supermooi kind, als het het onze was!”
-“Het was niet ons kind. Het was jouw kind. En we waren samen. Of beter, we waren terug te samen. Het was jouw kind, maar niet van mij. En. We waren ook niet in ons huis, maar in mijn huis.”

Ze kon zien dat hij onrustig werd als hij weer aan de droom dacht. Hij begreep z’n droom nog niet volledig. Ze draaide zich op hem en gaf hem al liggend een knuffel.
“Je moet je toch geen zorgen maken! Het was tenslotte maar een droom. Niks meer dan dat. Ik heb geen kind, ik heb al zeker geen andere vriend dan jij en ik ben al helemaal niet van plan om jou te verlaten om bij een andere vriend een kind te gaan creëren. Meer nog, kinderen zijn zeker nog niet voor morgen en als ik ooit kinderen zou willen, wil ik die enkel met jou. Ik heb geen reden om iemand anders te zoeken, ik ben meer dan gelukkig bij je. Je brengt me eten op bed, je troost me als ik het moeilijk heb. Je zorgt voor me, meer dan wie dat ook gedaan heeft. Meer dan wie dan ook ooit zal doen. Ik zie je graag.” Ze liet geen tijd  voor een aarzeling van zijn kant en ze drukte hem een lange, tedere kus op z’n lippen en probeerde al haar liefde voor hem er in te steken.
Ze wist dat hij zich onderwaardeerde. Dat hij het moeilijk had met wie hij was, dat hij schrik had om niet goed genoeg voor haar te zijn, terwijl al haar vrienden jaloers waren op haar vriend. Op haar man, zoals ze hem noemde. Ze keek hem trots in de ogen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s