Column XLVII

Lees hier de vorige column.

“Ik vond jou. Ik heb het je nooit verteld, maar ik had je al enkele keren gezien voor we elkaar ‘ontmoetten’. En telkens weer dacht ik ‘wat ziet er dat een leukerd uit’.

En ik had gelijk. Je bent een enorme leukerd. Dat je vanbinnen zo’n gebroken persoon was had ik toen niet kunnen weten. Maar ik ben ontzettend blij jou ontmoet te hebben. Blij dat je m’n leven terug ingekleurd hebt. Met je dromen, met je verhalen. Met de kleine dingen waarmee je mensen opvrolijkt. Je brengt plezier, je brengt vreugde.

Doe me een plezier en ga minder twijfelen aan jezelf, want je hebt die twijfel niet nodig. Je bent een pracht persoon. Ik heb iemand leren kennen die zich aan de kant zet om te zorgen dat de mensen die hij lief heeft gelukkig te maken. Iemand die als het moet met plezier de twee mondhoeken van die mensen met z’n vingers omhoog duwt. Iemand die niemand tot last wil zijn. En vooral iemand die ontzettend goed kan koken.

Ik wil je bedanken. Uiteraard voor al dat lekker eten dat je maakte. Zonder eten had ik je nooit leren kennen toch. En ik heb het altijd wel wat ontkend, maar eigenlijk heb ik het wel een beetje geforceerd. Ik denk niet dat je daarom nu kwaad zal zijn?

Maar ik wil je ook bedanken voor je vriendschap. Voor al jouw vreugde. Voor je hart open te zetten en mij jouw gaste te laten zijn. Voor het geduw om ook mijn dromen te realiseren. Voor de fijne reizen. Voor de fijne momenten.

Nu je waarschijnlijk toch al kwaad op me bent, en dat recht heb je meer dan genoeg dat besef ik, kan ik me toch nog wat permitteren. Ik wil geen tranen aan m’n bed als je me komt bezoeken. Het is goed geweest. Kort en krachtig, zoals ik het zelf wou. Je mag me komen bezoeken, maar je tranen laat je thuis. Trek jouw mondhoeken maar omhoog, voor mij. Nog één keer.

Ik ben naar Fiona geweest en ik heb jouw verhaal verteld. En ze mist je ook. Misschien niet als haar liefde, maar zeker wel als haar beste vriend. Zoek haar op en bezoek me.

Warme knuffel,
en hopelijk tot gauw.

Liefs,
Roos”

Huilend als een kleine jongen zakte hij tegen de muur. Tranen stroomden over z’n gezicht. Kort en krachtig had Roos geschreven. Kort en krachtig was het zeker geweest dacht hij. Als hij er aan terug dacht stond hij versteld hoe ze plots zijn leven was komen binnenvallen en als een wervelwind alles op z’n kop had gezet. Hoe ze plots voor z’n deur had gestaan om naar Parijs te gaan. Hoe ze halsoverkop plannen had gemaakt voor een kleine roadtrip.

Hij was ook kwaad op haar. Dat ze nooit wat had verteld, dat ze nooit wat had gezegd of laten blijken. En dat ze Fiona alles had verteld. Maar blijkbaar mistte die hem ook. En toch wou hij Roos niet laten gaan.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s